Selecteer een pagina

Zodra ik mijn ogen sluit sta ik voor die brug met ongelijke leggers.

Niet altijd gelukkig. Alleen als ik een drukke dag heb gehad, stress of veel aan mijn hoofd heb. Het is een raar fenomeen. Ik kan er de klok op gelijk zetten. Als ik in bed lig en sluit mijn ogen: floep! Dan in het daar.

Voor wie niet weet wat een brug is: het is een van de vier toestellen bij het turnen. Van mijn vijfde tot mijn 17e jaar heb ik geturnd. Op nationaal niveau. Ik behoorde niet tot de beste, maar ik was zeker ook niet de slechtste. Zo’n drie tot vier keer per week was ik in de turnhal te vinden. We werden getraind alsof we topsporters waren. Afzeggen mocht niet (alleen als je echt heel erg ziek was) en de trainers waren de baas. Er werd veel van ons verwacht, te veel misschien wel voor het feit dat we nog kinderen waren.

Het trainen vond ik op zich wel leuk. Vooral in de kleedkamer was het altijd gezellig. Het opbouwen van de zaal en de warming-up vond ik ook leuk. Balk, vloer en brug vond ik verschrikkelijk. Wedstrijden vond ik al helemaal een hel. Presteren onder druk kan ik niet zo goed namelijk. Waarom ik het dan toch zolang heb gedaan? Ik wist niet dat ik ook kon stoppen… Het was een gewoonte geworden en je moest trainen, anders kreeg je flink op je kop van de trainers en dus liet je dat wel uit je hoofd. Mijn ouders dachten dat ik het naar mijn zin had. Het was ook niet heel erg naar of zo hoor. Maar als ik had geweten dat het ook oké was om te stoppen, dan had ik dat waarschijnlijk na mijn 12/13e wel gedaan.

Doorzettingsvermogen heb ik er wel door ontwikkeld. En dat ik nog steeds vrij lenig ben, sterke been- en bilspieren aan over heb gehouden is ook erg nice. Door mijn ‘goede’ turnershouding vergroeit mijn rug ook minder hard dan dat de specialisten hadden voorspeld. Verder kan ik niet echt iets positiefs bedenken wat ik aan mijn turncarrière heb overgehouden.

Maar, terug naar mijn slaapkamer. Ik lig in bed en sluit mijn ogen. Daar staat hij, de leggers ruw van het magnesiumpoeder, wat ik ook op mijn handen heb. Ik wrijf nog een keer extra goed in mijn handen, spring op en turn mijn brugoefening. Soms wel vijf keer achter elkaar. Ik voel hoe de lucht zich langs mijn lichaam verplaatst. Ik voel zelfs de pijn weer in mijn handen. Zoefzoefzoef en ik zwaai op om mijn afsprong met een salto te kunnen maken.

Dat is toch raar? Dat ik dit zo als echt ervaar, 14 jaar nadat ik voor het laatst een voet in een gymzaal heb gezet. Ik las ergens dat het een trauma zou kunnen zijn. Die verschrikkelijke brug oefening, waar ik zoveel pijn in mijn handen van kreeg. Die jarenlang hetzelfde was, omdat ik nieuwe onderdelen, tot ongenoegen van mijn trainers, niet onder de knie kreeg. Die brug waar ik in een van de laatste wedstrijden nog zó hard van ben gevallen dat het een soort trauma is geworden. Een trauma die op komt zetten als ik gestresst of erg moe in mijn bedje lig.

Ik vind het niet heel erg hoor, om af en toe mijn brugoefening te turnen als ik in bed lig. Het herinnert me er aan dat doorzettingsvermogen een hele goede eigenschap is, maar dat het ook oké is om te stoppen als je iets niet meer leuk vindt of als je denkt dat het geen zin meer heeft. Je kan namelijk ook te lang doorgaan met iets. Een relatie, een project of zo iets simpels als een boek of een film. Het is jouw leven, dus jij bepaalt. En het maakt je geen faler of loser. Het zegt juist iets over hoe stoer je bent om te stoppen met iets waar je geen plezier meer uit haalt en dus weer tijd vrijmaakt voor iets nieuws.

En dus heb ik besloten om te stoppen met artikelen schrijven over marketing, acquisitie of business coaching. Niet dat ik het niet goed kan, of geen zin meer in heb, maar omdat dat op dit moment niet meer goed aansluit op mijn dagelijks leven. Keep Moving Forward blijft bestaan en ik ga me nu richten op het schrijven over mijn persoonlijke groei (als ondernemer) en hoe ik het voor elkaar kreeg om in twee uur per dag een bedrijf te runnen.

Waar ga jij mee stoppen om ruimte te maken voor nieuwe toffe(re) dingen?