Selecteer een pagina

Ik mag geen pijn meer hebben..

 

‘Tja, dan ben ik bang dat we niet meer zo heel veel opties hebben’. Mijn pijndokter (Anesthesist) strijkt met zijn hand door zijn grijze haar. Hij zit tegenover me aan een smal bureautje in een kleine ongezellige behandelkamer van het EMC. Aan de muren hangen vergeelde illustraties van lichamen met zenuwbanen. Achter hem kan ik door het raam over de Westzeedijk het verkeer voorbij zien razen. Het is een grijze dag met veel wind.

De pijndokter gaat wat achterover in zijn bureaustoel zitten, zucht en komt weer naar voren om wat in te typen op zijn ouderwetse, beigekleurige, jaren 90 computer. Ik kijk ondertussen naar de hoge bomen aan de overkant in het Euromastpark die ruw van links naar rechts bewegen.

‘We kunnen nog wel een cocktailtje maken van,’ gaat hij verder waarbij hij een aantal onuitspreekbare namen van medicatie opnoemt, ‘maar ik verwacht dat je daar ook heftig op zult reageren, als je al niet meer functioneert na 6 druppeltjes Tramadol’. Ik hoor een vleugje spot in zijn stem.

Inmiddels ben ik al twee jaar medicatie aan het testen. Elke drie maanden zit ik in deze stoel te luisteren naar een arts van wie ik geen pijn meer mag hebben. En elke keer krijg ik weer een A4tje vol recepten mee die ik voor doosjes pillen, druppels en verstuivers in mag wisselen bij mijn apotheek. Het beste middel of combinatie van medicijnen hebben we nog niet gevonden.
‘Ik vind de pijn minder erg dan dat wazige en verdoofde gevoel als ik die medicijnen slik’. Ik hoor zelf de aarzeling in mijn stem. Dit is natuurlijk niet wat hij wil horen.

‘Dat hoor ik niet vaak,’ is zijn antwoord. ‘De meeste mensen willen kosten wat het kost geen pijn voelen. En dat snap ik, want hoe moet je anders normaal functioneren?’ Hij kijkt me onderzoekend aan.

‘Tja,’ zeg ik nu op mijn beurt, ‘wat is normaal in mijn situatie? Soms is die pijn juist wel fijn, dan weet ik dat ik het weer wat rustiger aan moet doen. Door die pillen voel ik me constant suf en moe en heb ik juist het gevoel dat ik niet normaal functioneer.’ Ik verzit wat op het houten stoeltje (wat verschrikkelijk vervelend zit) en ga verder, ‘misschien moet ik maar gaan accepteren dat die pijn er nu eenmaal bij hoort.’

De pijndokter knijpt zijn ogen tot spleetjes en begint dan te hard te lachen. ‘Hahaha,’ buldert hij, ‘als iedereen dat gewoon maar zou kunnen accepteren dan had ik hier niet hoeven te zitten’. Grinnikend en met zijn hoofd schuddend tikt hij weer wat in op zijn computer en een paar tellen later komt de printer naast het bureautje pruttelend tot leven. Hij pakt het papier op, krabbelt er snel een handtekening op en overhandigd me het vervolgens. ‘Laten we eerst deze combi nog maar even proberen hè,’ zegt hij op een toon die zowel als meelevend, als spottend door zou kunnen gaan.

Ik pak het vel papier van hem aan en glimlach er bij. Wetende dat ik deze medicatie waarschijnlijk niet eens meer op ga halen bij de apotheek.

 

*Dit verhaal is van ongeveer een jaar geleden. Op dit moment slik ik nog maar 1 soort pijnstiller en de laagste dosering die mogelijk is. Een tijdje terug heb ik dit ook proberen af te bouwen omdat ik geen synthetische middelen meer in mijn lichaam wilde. Helaas bleek ik het toch nodig te hebben omdat ik zonder deze specifieke pijnstiller echt te veel pijn had. Nu luister ik heel goed naar mijn lichaam en kan ik de verschillende pijngradaties beter inschatten. Soms kan ik dus heel veel en andere dagen heel erg weinig. Maar zo is het nu eenmaal. Liever dit, dan wazig en verdoofd door het leven 🙂